Over het kunstwerk

image

De monumentale sculptuur CIRBUATS van kunstenaar Nick Ervinck werd op woensdag 24 april 2013 in vier grote stukken aangevoerd met grote vrachtwagens. Met een hijskraan werden de stukken tientallen meters hoog over de huizen gehesen en op elkaar gezet. 'Het stelt een gigantisch doek voor dat over iets ligt. Maar in feite zit er niets onder', zegt Ervinck. 'Het idee was een soort waterval die over het gebouw heen vloeit. Het heeft iets weg van een verzonken sfinks.'

Nick Ervinck, met de kleur geel als handelsmerk, zoekt naar de wisselwerking tussen virtuele constructies en (meer dan levensgrote) handgemaakte sculpturen.

Deze monumentale sculptuur ent zich als het ware op het gebouw en illustreert daarmee de tegenstelling tussen de conventionele modellen uit de architectuur (box) en het virtuele ontwerpen (blob). Het is een tegenstelling tussen rigide en organische vormen en tussen fysiek en virtueel. Terwijl de meeste architecten één van beide ontwerpscholen aanhangen, kiest Ervinck met dit ontwerp resoluut voor de derde weg: de synthese van beide. Voor de Zebrastraat ontwierp Ervinck een organische vorm die zich uit de kubus lijkt los te maken, maar er tegelijkertijd niet zonder kan bestaan. In het œuvre van Nick zijn de blob en de box als het ware twee identiteiten die elkaar aanvallen, omhelzen, afstoten en samensmelten. Dit monumentale werk is dus niet enkel een onderzoek naar het medium beeldhouwkunst, het daagt ook haar bestaansvoorwaarden (massa, dimensie, materie en zwaartekracht) op een radicale manier uit.

De sluier is een heel ambivalent motief: enerzijds verbergt hij informatie, anderzijds benadrukt hij ook wat onder het doek is verborgen. De gebeeldhouwde stof staat voor transformatie: ze verhult en onthult de materie. Dit werk voor de Zebrastraat is vervolgens een monumentale en poëtische ode aan het volume en de vorm: de basisvoorwaarden van de beeldhouwkunst.

Ervinck speelt met het begrip ‘achterkant’. Deze gevels waren aanvankelijk niet bedoeld om zichtbaar te zijn vanaf de straatkant. Nu de achterliggende grond werd opgekocht, krijgen deze gevels een nieuwe functie in het straatbeeld. Ervinck wil de – vaak miskende – achterkant opwaarderen en zelfs een publieke functie toeschrijven. Met dit werk denkt hij dus na over hoe kunst kan integreren in de samenleving.

Door het ‘bedekken’ van een deel van de gevel met een sluier, reflecteert Ervinck eveneens op de processen van ruimtelijke toe-eigening. Zijn imposant bouwsel getuigt van een steeds problematischer wordende scheiding tussen publiek en privaat, en een privatiseringsproces dat zich sinds de 15e steeds dwingender ontwikkelt. Ervinck wil geen radicale grens trekken tussen binnen en buiten. Hij wil eerder een ontmoetingsruimte creëren, wat ook functioneel zal worden vertaald door de installatie van een bar onderaan de sculptuur.