Project Zebrastraat - Stadslucht maakt vrij

Alain Liedts

Niet afbreken, wel getrouw renoveren.

Deze bijdrage is niet geschreven door een filosoof, een politiek mandataris, een stedenbouwkundige, een architect of een academisch vorser, het is de bescheiden en waarheidsgetrouwe beschrijving van een aanvankelijk utopisch gewaand project dat vandaag echter realiteit is geworden.Deze van creativiteit getuigende verwezenlijking – met een uniek eigen karakter, ook al betreft het geen architecturale innovatie maar wel de renovatie van een meer dan honderd jaar oude site – is nochtans niet tot stand gekomen dan na voorafgaande overwegingen gesteund op economische statements en op sociologische theorieën over stedelijke-samenlevingsprofielen.De kernen van onze eeuwenoude steden beschikken over merkwaardige architecturale realisaties: kerken, theaters, bibliotheken, volkshuizen en andere openbare gebouwen, burgershuizen en sociale woningen, allemaal gebouwen die voor een welgedefinieerde functie en in welbepaalde periodes werden gebouwd met veel zorg, ruimte en middelen. Aan de basis van de bouw van steden lag vakmanschap, artistieke creativiteit, technologische innovaties en urbanisatie, met als resultaat: gebouwen met een grote waarde, beeld van hun tijd en meestal nog steeds bruikbaar. Spijtig genoeg beantwoorden vele ervan vandaag niet meer volledig aan de behoeften van onze maatschappij of staan ze in de weg van nieuwe prioriteiten inzake communicatie, socio-culturele ontwikkeling, sport, technologie, vrijetijd, ecologie en gezondheid. Afbraak is in het verleden te dikwijls de te gemakkelijke oplossing geweest, maar dankzij vindingrijkheid en het gebruik van nieuwe wetenschappelijke verworvenheden zijn alternatieven mogelijk.

Bij de realisatie van het project “De Cirk” in de Zebrastraat te Gent was ons eerste basisstatement: “niet afbreken, wel getrouw renoveren”. De site werd gebouwd in 1906 door Charles Van Rysselberghe, broer van de pointillist Theo Van Rysselberghe, in de bloeiperiode van art-nouveau-architect Victor Horta. Daar waar Horta vooral patriciërshuizen in het Brusselse ontwierp (hotel Solvay, hotel Tassel, zijn eigen woning en vele andere), was Charles Van Rysselberghe, door zijn functie als Gents stadsarchitect, vooral actief in openbare gebouwen en woningen voor werklieden. Zo bouwde hij, in dezelfde periode als “De Cirk”, ook het Gents Museum voor Schone Kunsten, dat eveneens recent werd gerenoveerd en een voorbeeld is van museale inrichting. De materialen zijn dezelfde als in de “De Cirk”, de verhoudingen van de ovaalvorm van het binnenplein ervan vindt men terug in de centrale zaal van het museum.

In de filosofie van het creatief project van de “De Cirk” dat wij voor ogen hadden, was het ondenkbaar dit visueel plaatje uit het verleden te laten verdwijnen. Ofschoon dit gebouw niet was geklasseerd, hebben wij ervoor geopteerd alle gevels te behouden, bij renovatie dezelfde materialen te gebruiken, en de oorspronkelijke doelstelling van huisvesting prioritair te stellen. Concreet werden alle gevels gezandstraald, waardoor de verschillende kleuren van hun bakstenen opnieuw tot hun recht kwamen. Daarnaast werden alle deuren en vensters vervangen conform de oorspronkelijke vormgeving, weliswaar met respect van de huidige isolatienormen. Zo hebben de buitengevels hun oorspronkelijke uitstraling van het einde van de 19e eeuw teruggekregen. Binnenin werd gezorgd voor het comfort en de technologische inrichting van de 21e eeuw. Op deze manier werd beantwoord aan het eerste basisstatement van het project: “niet afbreken, wel getrouw renoveren”.

Het leven en de ziel van het gebouw.

Een tweede statement is dat een lokatie of een gebouw “een leven en een ziel” moet hebben. Door zijn toen al vooruitstrevende bouwconcepten is deze meer dan 100 jaar oude site met zijn 101 werkliedenwoningen op verschillende verdiepingen en oorspronkelijk gelegen temidden de textielfabrieken van Gent, een begrip geworden. In dezelfde periode werden elders in Europa, meer bepaald in Schotland, eveneens werkliedenwoningen gebouwd met verschillende verdiepingen. Dit was een innovatie die mogelijk werd gemaakt door nieuwe bouwtechnieken, maar die eveneens tegemoet kwam aan een economische eis gesteld door de hoge kostprijs van gronden vrij dicht bij het stadscentrum, waar ook de industrie nog steeds was gevestigd. De solidariteit tussen bewoners van eenzelfde sociale groep en de vorming van een gemeenschap, leidden ertoe dat deze site, voor de Gentenaars, een begrip was, waar een levensechte realiteit mee correspondeerde : gedurende meer dan 100 jaar hebben duizenden mensen in “De Cirk” gewoond; sommigen zijn er geboren, getrouwd en gestorven, en menig Gentenaar kent nog een voorouder die er heeft gewoond, en beschikt nog steeds over foto’s en herinneringen terzake.

De naam “De Cirk” maakt ook deel uit van de Gentse woordenschat, en is ontstaan omdat de vorm van het plein doet denken aan een circus. Tussen haakjes : de naam Zebrastraat, meer en meer gebruikt voor de site, komt van het feit dat vroeger op dezelfde plaats de zoo van Gent was gevestigd, vandaar dat ook de omliggende straten de naam van een exotisch dier dragen. Nadat in deze buurt in 1837 de spoorlijn Gent-Mechelen werd aangelegd, werd in 1850 het Zuidstation gebouwd naast de zoo, die in 1904 werd gesloten. De gronden werden verkaveld en terreinen kwamen vrij voor de bouw van het complex “De Cirk” in de nieuw aangelegde Zebrastraat. In 1928 werd het Zuidstation afgebroken en vervangen door het Koning Albert-park. Zeer vlug kreeg de site in de Zebrastraat een sociologisch en politiek imago. Arbeiders kwamen wonen in hoogbouwwoningen dicht bij het stadscentrum. Edward Anseele, de topman van de sociale emancipatie, warmde op het ovalen binnenplein van “De Cirk” met zijn slogans zijn militanten op voor de 1 mei-stoet. Deze plaats was ook beschikbaar voor ontmoetingen en samenkomsten. Voor en na Wereldoorlog I werd in de volksmond regelmatig gesproken over het “begijnhof van de socialisten”.

Vele plaatsen in de wereld zijn niet alleen gekend door hun architectuur en stadsinplanting, maar ook door hun symbolische waarde : het Tian An Men-plein in Peking is voor sommigen het symbool van de weerstand, voor anderen de lokatie van macht; de Taj Mahal staat voor harmonische romantiek; de parvis van de Trocadéro te Parijs is de verzamelplaats van de verdediging van de rechten van de mens, en aan de overkant van de Seine is de Eiffeltoren het symbool geworden van de technische revolutie; het Kremlin staat voor de dictatuur van de tsaren en van het communisme; vermeldenswaard zijn ook nog Time Square in New York, het operagebouw te Sydney, om nog maar te zwijgen van de pyramides in Egypte. Heel wat andere voorbeelden vindt men op veel kleinere schaal terug in steden en gemeenten. In alle bescheidenheid wil “De Cirk” in de Zebrastraat aan de basis liggen van verandering en een toegevoegde waarde betekenen voor de maatschappij. Het is van belang te weten dat onze filosofie voor de restauratie van de Zebrastraat-site steunt op de rechten van de mens, op democratische principes en refereert naar het overstijgen van grenzen , zowel geografisch als sociaal en cultureel. Deze ideeën indachtig is het tweede statement “een leven en een ziel” meer dan ooit van toepassing op het vernieuwde project : de site van de Zebrastraat, de vroegere “Cirk”, door de open mentaliteit van de bewoners, door de organisatie van commerciële maar ook geëngageerde en wetenschappelijke lezingen, debatten en evenementen, en ook door een bijzondere ondersteuning van de hedendaagse kunst die is beïnvloed door de wetenschappelijke en technologische vooruitgang.

Wat de private sector niet wil, wat de openbare sector niet kan.

Een dergelijke uitdaging moet kunnen steunen op een vrij en onafhankelijk beleid en moet beschikken over de nodige middelen. “Wat de private sector niet wil, wat de openbare sector niet kan”, werd gerealiseerd in de Zebrastraat.Een private immobiliëninvesteerder wenst een hoog en verzekerd financieel rendement. Eventuele immateriële meerwaarden op individueel of maatschappijvlak zijn misschien welgekomen, maar hebben geen significante impact op hun beslissingen. Deze meerwaarden zijn overigens moeilijk meetbaar, en kunnen niet direct omgezet worden in materiële voordelen voor de investeerder. Deze “klassieke” stelling is o.i. op lange termijn niet noodzakelijk juist. Zo mag de restwaarde van de gebouwen in de Zebrastraat, na 30 jaar boekhoudkundige afschrijvingen, niet naar 0 worden herleid, want de historische waarde van de site, zijn imago en de activiteiten en de belevenissen die er doorgaan, geven aan de site een blijvende en zelfs een stijgende economische waarde, nog zonder de bijkomende maatschappelijke verworvenheden in rekening te brengen.

De openbare sector heeft ook zijn “aandeelhouders”, die streng en meedogenloos zijn : het zijn de kiezers. De publieke opinie, vooral in Vlaanderen, staat niet open voor extravagante projecten. Wie het durft een risicovol initiatief te nemen dat “buiten het gewone” valt, zou onmiddellijk worden teruggefloten door zijn eigen vrienden, door zijn noodzakelijke bondgenoten, en door ontredderde functionarissen die het project geen plaats kunnen toewijzen binnen het keurslijf van normen en reglementeringen die ze zelf hebben uitgevonden. Er zijn uitzonderingen, zoals het S.T.A.M. te Gent in het beperkte domein van de musea, maar meestal blijft het modale en het banale troef. Indien ook de openbare sector het niet kan, blijft er dan een derde weg mogelijk Ja, sporadisch duikt een eigenzinnig, koppig maar weliswaar verlicht individu op, die handelt voor eigen rekening of voor een groep gelijkgezinden. Hij moet kunnen beschikken over vrijheid qua doelstellingen, beleid en middelen, zonder toegevingen te moeten doen onder de vorm van convenanten, conventies, of met het oog op subsidies. Hij moet ook kunnen leven met het feit dat de kritische maatschappij en de vrijemarkteconomie zijn project zal verwerpen of prijzen.

Het is geen mecenaat : de financiële middelen verdwijnen niet in het vat der danaïden, maar ook al wordt een economische rentabiliteit niet vooropgesteld, hoe dan ook moet het project een break-even punt bereiken, wil het voortbestaan op lange termijn kunnen worden gewaarborgd.Het is een zelden bewandelde weg, alles is nieuw, in niets kan men steunen op ervaring en traditie, voor elk opduikend probleem dient een originele oplossing gevonden te worden. Alle veranderingen, alle buitensporige initiatieven botsen op ongeloof, onbegrip en misschien zelfs jaloesie. Daartegen moet men vechten, o.a. door te informeren. Langs de kant van verkozen mandatarissen, de omgeving en het bedrijfsleven laat men in het beste geval begaan, langs de kant van de de ambtenaren primeert veel te veel de conservatieve reactie de creatievelingen te banaliseren, de uitschieters af te vlakken of de normlozen te pesten.

Mix van huisvesting, economie en cultuur.

Het project beoogt ook een maatschappelijke bijdrage te leveren door de leefbaarheid binnen de stad te verbeteren. Deze doelstelling wordt bereikt door een kruisbestuiving van huisvesting, economie en cultuur op eenzelfde site. Dit is het volgend inhoudsbepalend statement van het project.Dit principe gaat regelrecht in tegen de vrij verspreide praktijk van het creëren van ghetto’s. De Amerikaanse banken centraliseren zich in Wall Street, de Engelse pers is samengebracht in Fleet Street, de Braziliaanse ministeries (met hun duizenden ambtenaren) verhuisden naar de nieuwe stad Brasilia, de Parijse kantoren isoleren zich in “La Défense”, de grootste Duitse musea zijn verenigd op het Museumsinsel te Berlijn, enz. Maar veel erger is het creëren van sociale ghetto’s voor de derde leeftijd, met resorts waar kinderen verboden zijn in de Verenigde Staten, of het isoleren van het uitgangsleven in Duitsland. Ook in onze steden gaat men buurten segmenteren : in bepaalde wijken tolereert men geen kantoren, kruideniers en beenhouwers, café’s, ... Industrie hoort inderdaad buiten de stadskern, maar is dat ook waar voor researchinstellingen, medische labo’s, consultancybedrijven, enz.?

Het project in de Zebrastraat gaat duidelijk in de andere richting. Wij hebben in één enkele gerenoveerde, historische entiteit drie maatschappelijke functies samengebracht : wonen, ontmoeten en beleven. Deze entiteit vormt een smeltkroes van leefbaarheid binnen de stad.Vorm en theorie zijn belangrijk, maar de inhoud van het project “Zebrastraat”, vroeger “de Cirk” is essentieel. De vier statements hebben geleid tot originele oplossingen. In De Zebrastraat is alles anders. Daarom worden hier voor elk van de drie pijler (wonen, economie, kunst), tien kenmerken opgesomd die het project uniek maken. Een verwijzing maar een uitdrukking uit de marketing, nl. “unique selling proposition”, zou naar de letter juist zijn, maar niet naar de geest.

De praktische invulling.

WONEN

De perceeloppervlakte van de site bedraagt 6.530 m². De helft is bebouwd in vijf lagen : kelders, gelijkvloers en drie bovenverdiepingen : 60% van de laatste vier bouwlagen is voorbehouden aan 72 woningen : 18 studio’s (32 m²), 32 appartementen met één slaapkamer (65 m²) en 22 grote appartementen of kantoren van 130 m² of groter. Alle zijn uitgerust met het comfort en de technologie van de 21ste eeuw, maar de tien ingangtrappen zijn authentiek gebleven. In de zebrastraat kan men enkel huren en de huurperiodes zijn volledig op maat. De kenmerken van het bewonerspubliek (contracten van korte duur, buitenlanders, jonge gezinnen zonder auto, kunstenaars, Erasmus-studenten, ...) en de bouwkundige onmogelijkheid om autostaanplaatsen te voorzien in een esthetische, gevrijwaarde historische site, hebben ons er toe gebracht, in samenspraak met de Stad Gent, te opteren voor een autoluw project.

ECONOMIE

20% van de beschikbare oppervlakte is voorbehouden aan de pijler Economie. Het betreft tien volledig uitgeruste zalen, met alle multimediafaciliteiten en een breed gamma aan complementaire diensten. De pijler economie is door de gastenkamers, de permanente tentoonstellingen in de lounge-bar en de eenmalige culturele activiteiten volledig geïntegreerd in de globale werking van de site.

CULTUUR

De 20 overige percenten van de beschikbare ruimte zijn besteed aan de pijler cultuur. Het betreft 750 m² expositieruimte. Dit geheel, ook wel eens het kunstplatform genoemd, is geen galerij (kunst wordt er niet verkocht) maar ook geen museum (niets is permanent). Het is enkel een plaats die ter beschikking wordt gesteld voor de promotie van hedendaagse kunstvormen (technological art) en jonge kunstenaars. De Stichting Liedts-Meesen, initiatiefnemer van het project in de Zebrastraat, organiseert eigen tentoonstellingen. Deze zijn gebaseerd op een vrij vooruitstrevende tendens in de hedendaagse kunst : technological art. Daar waar in het verleden de kunstenaar penseel en verfdoek of hamer en steen gebruikte om zijn gevoelens uit te drukken, zijn boodschap te verkondigen of zijn wereldbeeld te illustreren, doet hij dit nu door de nieuwe middelen en materialen te gebruiken die de hedendaagse technologische revolutie hem biedt. Door de activiteiten van de laatste vijf jaren heeft menig kunstenaar uit binnen- en buitenland contact gehad met de Zebrastraat; zij komen er graag terug en het wordt stilaan een gevestigde ontmoetingplaats.

Bij alle culturele activiteiten worden alle bewoners prioritair betrokken, en alle deelnemers aan een bepaald evenement worden vanaf dan geïnformeerd over en uitgenodigd op nieuwe evenementen. De synergie tussen de drie pijlers gebeurt via de culturele communicatie. Voor de pijlers huisvesting en economie hoeft geen publiciteit te worden gemaakt; zij genieten mee van de uistraling van de culturele pijler.De activiteiten huisvesting en economie hoeven geen commerciële initiatieven. Diensten en uitgaven zijn nihil, ze worden gecompenseerd door de uitstraling van het cultureel gebeuren.

CONCLUSIE

De conclusie laten wij graag over aan de lezer en aan de veelvuldige bezoekers en gebruikers van deze nieuwe site. Wij zijn als initiatiefnemers bijzonder tevreden met hetgeen in de laatste vijf jaar is gerealiseerd en dit is dan ook de reden waarom wij, met respect van dezelfde filosofie en dezelfde basisprincipes, besloten hebben, aanpalend aan de huidige site, een nieuw gebouw op te trekken. Dit nieuwe complex, New Zebra, zal de mogelijkheden van het huidige complex met meer dan de helft vergroten.

Yes, we can.

Alain Liedts