TECHNOLOGICAL ART

Alain Liedts

De Stichting Liedts-Meesen heeft in het kader van het project van de Zebrastraat resoluut gekozen voor een ontwikkeling gebaseerd op huisvesting, economie en cultuur.

Aan het culturele gebeuren wordt inhoud gegeven door de lezingen en de performances van de donderdagavond, door aan jonge hedendaagse kunstenaars de kans te geven één maand lang hun werk tentoon te stellen in de ontmoetingsruime en door op systematische basis de exporuimtes van 750 m² ter beschikking te stellen van derden voor culturele manifestaties die kaderen in de doelstellingen van de Stichting Liedts-Meesen.

Maar onze artistieke uitstraling willen wij graag focussen rond een biënnale over Technologische Kunst waarvoor de Stichting Liedts-Meesen het initiatief neemt. De interesse voor diverse vormen van artistieke realisaties is beperkt maar groeiend. Hiervan vormt hedendaagse kunst maar een klein onderdeel dat wel aan belang wint maar hierbij is kunst gebaseerd op de technologische evolutie van heden een miniem en door het grote publiek onbekend onderdeel.

De Stichting Liedts-Meesen heeft van in het begin duidelijk gekozen voor deze weinig verspreide vorm van artistieke expressie. Dit is een bewuste keuze die strookt met de grensoverschrijdende doelstellingen van de Stichting Liedts-Meesen, omdat de Stichting en de Zebrastraat in hun concept gericht zijn naar de toekomst, omdat mijn professionele loopbaan gebaseerd op een wetenschappelijke vorming, gericht was op het gebruik en het ontwikkelen van nieuwe technologieën in de informatie- en telecommunicatietechnologie.

Tenslotte schuilt achter deze keuze ook het idee dat de middelen en de infrastructuur van de Zebrastraat ons niet toelaten klassieke, gesubsidieerde organismen de loef af te steken of minstens te evenaren. Wij hebben dan ook bewust gekozen voor een beperkte franje in de hedendaagse kunst die weliswaar is gericht op de toekomst en in de laatste jaren wereldwijd een sterke groei kent in bijzonder gediversifieerde domeinen van de kunst.

Wat wordt bedoeld met Technologische Kunst ?

Omschrijving is gewaagd maar per definitie beperkt. Het is wellicht makkelijker te vertrekken van een nieuwe filosofie of gewoon rekening te houden met de hedendaagse steeds versnellende evolutie. In het verleden had de kunstenaar weinig hulpmiddelen om zijn emoties, zijn engagement en zijn waarden uit te drukken. Wat het woord niet kon vertolken, wat de letter niet kon uitdrukken werd door artistiek talent aangevuld, maar een duurzame expressie gebeurde via doek en verf om een tweedimensionaal beeld te creëren of door kappen en slijpen van steen of hout om tot driedimensionale voorwerpen te komen. De beeldende kunst werd enkel door muziek en toneel aangevuld met het grote nadeel dat vertolking van de artistieke creatie telkens opnieuw diende herhaald te worden met wisselend succes.

Nieuwe vormen zijn ontstaan : architectuur, fotografie, cinematografie, broadcasting, multimedia, … die de grenzen van de artistieke expressie hebben verbreed en vele beperkingen uit het verleden hebben opgeheven. Het is dan ook normaal dat men vandaag nieuwe materialen zoals staal, glas, kunst- en vloeistoffen gaat aanwenden. Nieuwe technieken komen aan bod.

Meer nog dan een definitie is een persoonlijke keuze van voorbeelden aangewezen. Zo vindt men voorbeelden van diverse oorsprong gebaseerd op wetenschappelijke waarheden uit het verleden :

• RIVELATORE CROMOLINETTICO (1965) van Piero Fogliati (IT) :
dit werk bestaat uit een vertikaal gespannen elastiek en projectie die door het trillen de illusie van een kleurspectrum oproepen.

• LE CUBE ELECTRONIQUE A et B (1967) van Piotr Kowalski (FR)
integreert voor het eerst de dioden uit de elektronica voor decoratieve doeleinden met als resultaat de algemene denkhouding te laten evolueren.

• UNTITLED (1 tetrahedron + 1 cube + 1 octahedron = 1 icosahedron) (1999) van Attila Csörgö (HU) :
de kinetische structuur is een voorbeeld van mathematische stellingen en mechanische vernuftigheden. De kunstenaar construeert een bewegend model om tot een visuele representatie te komen.

De kennis uit het leven en de ecologie zijn eveneens een bron van inspiratie :

• The TELEGARDEN (1995) van Ken Golden (USA) geïnstalleerd in het Ars Electronica Center biedt tuiniers uit de gehele wereld de kans om levende planten te verzorgen en te manipuleren via internet.

• Met ECOSYSTEM (2005) brengt Nella Steil (RO) een burleske voorstelling met een combinatie van telecommunicatie, ad randum generatoren, virtuele machinegeweren en huisafval.

• NOMADIC MILK CAMEROON VERSION (2004) van Esther Polak (NL) is een onderzoek naar de visuele en verhalende mogelijkheid van GPS (Global Positioning System) toegepast in de Nomadische Fulani familie uit Kameroen.

Uiteraard vinden we de meeste toepassingen in de wereld van de dataprocessing, het elektronisch verwerken en manipuleren van data, beeld en klank.

• ELECTRONIC SUPERHIGHWAY (1995) van Nam June Paik (KOR) : het continentaal deel van de Verenigde Staten bestaat uit 313 TV-toestellen, Alaska uit 24 en Hawaii uit één toestel per eiland. Daarbij komen 50 leestoestellen voor laser disks, ongeveer 60 beeldversterkers, 30 ventilatoren, een videocamera, een stelling, de staatsgrenzen getrokken in staal en TL-lampen en een geluidsinstallatie van 200 watt. Het werk van Paik is bezaaid met afval van de mediacultuur, maar de beelden vormen een continue verwittiging die de aandacht trekt op oorlogen en cultuurcrisissen.

• HELLO (1991) van Tony Oursler (USA) : de videobeelden van Oursler zijn doorspekt met politieke verwijzingen maar bevatten veel humor; in tegenstelling tot wat gebruikelijk is, worden ze niet uitgezonden door een monitor maar geprojecteerd op het oppervlak van dagdagelijke objecten.

• MESSA DI VOCE (2003) van Golan Levin (USA), Zachary Lieberman (USA), Jaap Blonk (NL) en Joan La Barbara (USA) is een audiovisuele installatie waar de computermuis wordt vervangen door echte stemmen en waar toonhoogte, intonatie en resonantie worden getransformeerd naar computerinstructies die driedimensionale beelden creëren op scherm.

• JE SOUFFLE A TOUT VENT (PLUME, PISSENLIT) (1996) van Michel Bret (FR) en Edmond Couchot (ALG) : een paardenbloem of een pluim wordt op het videoscherm weggeblazen door de interactie van een toeschouwer en een druksensor. In dit werk wordt het beeld wiskundig beschreven. Dit houdt ook in dat het voortaan vervormbaar is met gebruik van computerprogramma’s

• THE GATE (or HOLE IN SPACE) (2007) van Yves Bernard (BE) en Yannick Antoine (BE) is tegelijkertijd een installatie en een platform voor collectieve opvoeringen; het werk fungeert als een interactieve poort tussen de werkelijkheid en het heelal van Second Life. Een afbeelding van de poort van Second Life wordt permanent geprojecteerd in de reële ruimte; wanneer een bezoeker naar de poort van Second Life stapt, kan hij worden gezien in de publieke ruimte en omgekeerd.

Stef Van Bellingen schreef in de cataloog van Stippels en Pixels van 2005 : “De mathematische oriëntatie van kunstenaars tijdens de renaissanceperiode, met de ontwikkeling van het perspectief als meest in het oog springend kenmerk, heeft de herschikking van de verschillende kunsten in die periode beslissend beïnvloed. Wat hiërarchie betreft lijkt de digitale wereld wel de duaal van de renaissance, omdat het mathematische vandaag verschillende kunstvormen (voorlopig) met elkaar verbindt. Vele kunstwerken komen tot stand door het gebruik van de computer en bijhorende tools. Dit betekent niet dat er geen verschillen zijn of zullen blijven bestaan, maar opvallend is het fenomeen dat precies deze tools deze verschillende disciplines weet te verbinden”.

Dit alles leidt tot ongebreidelde vormen van kunst die soms wel overslaan naar spel, gadgets, nieuwe communicatiemedia, computermateriaal en virtuele creaties. Voor de kunstenaar worden de oevers steeds vager en wijder. Hopelijk gaat hij in deze zee van creativiteit, vrijheid en middelen niet verzuipen. In deze multitude van vormen, kleuren, klanken op steeds nieuwe dragers is een classificatie quasi onmogelijk maar zijn enkele kenmerken steeds terugkomend.

De creaties hebben grensoverschrijdende of universele kenmerken : grenzen van religie, filosofie, economische achtergrond en geografische grenzen zijn zonder enig belang. Dit is te wijten aan het feit dat de gekozen dragers universeel zijn verspreid. Kunstenaars van deze strekking behoren tot een groep die dankzij internet wereldburgers zijn geworden. Technologische Kunst overschrijdt aldus vrij gemakkelijk de grenzen en moet openstaan voor zeer uiteenlopende gevoeligheden. Een werk van Technological Art behoort tot de wereldcultuur en niet tot de traditie of kenmerken van minderheden.

In het verleden kon een schilderij of een beeldhouwwerk emoties losweken, een adolescent doen blozen maar de interactiviteit was niet wederkerig of bleef alleszins beperkt. In werken van Technologische Kunst kan de spectator rechtstreeks of onrechtstreeks tussenkomen in hetgeen hij ziet, hoort, ruikt of voelt. Door bewegingen te maken, te blazen, te roepen, … kan hij rechtstreeks het resultaat van de creatie beïnvloeden. Onrechtstreeks kan hij tussenkomen in de chemische, elektronische of softwarematige procedure en daardoor de nodige vrijheidsgraden beïnvloeden om de interactiviteit volledig en wederkerig te maken. Dit was in vroegere kunstvormen niet mogelijk, zelfs niet voor muziek, film of broadcasting. Er zijn misschien wel enkele pogingen geweest in theater en architectuur maar deze activiteit was beperkt en meestal niet constructief.

De grote diversiteit en de onclassificeerbaarheid van deze Technologische Kunst kan beschouwd worden als een kenmerk. De onderwerpen zijn onbeperkt, elke dag worden de dragers verbeterd en vernieuwd. Nieuwe middelen en technologieën ontstaan. In de meeste werken speelt de originaliteit en het gebruik van meerdere procedures of technieken in parallel een grote rol. Tenslotte worden deze middelen aangewend in de diverse bestaande kunstvormen. Deze combinatie van middelen verhoogt eveneens de diversiteit.

Parallel met de biënnale van Technologische Kunst gestart met Stippels en Pixels en Update I ging Update II gepaard met de toekenning van de Multimedia Award Liedts-Meesen. De eerste organisatie in 2008 was reeds een succes met 70 kandidaten, 10 genomineerden, een juryprijs en een publieksprijs. Deze prijzen lieten toe dat de werken nadien op diverse plaatsen wereldwijd werden voorgesteld en dat een ruime communicatie rond deze Award leidde tot een brede internetcampagne via een honderdtal websites uit de gehele wereld die uitmondde in de inschrijving van 262 kandidaten voor de Technological Art Award 2010.

Een internationale jury koos 10 genomineerden die parallel aan de tentoonstelling "Update III: Body Sound”. De tien kunstenaars brengen diverse vormen van Technologische Kunst. Naast drie Belgen zijn ook 7 buitenlandse kunstenaars genomineerd. Op het einde van de biënnale zal opnieuw een juryprijs en een publieksprijs worden uitgereikt. De volledige lijst der kandidaten is in deze catalogus opgenomen. De tien genomineerden worden erin voorgesteld en hun werk wordt beschreven en geïllustreerd.

Sinds meer dan 20 jaar bouwt de Stichting Liedts-Meesen een eigen kunstcollectie op. Het gaat hier om hedendaagse kunst in zijn diverse vormen. Uiteraard is ook een deel gereserveerd aan wat hierboven is omschreven als Technologische Kunst. In het kader van deze cataloog willen wij graag enkele markante werken citeren :

• Met EXPLODING CAMERA (2007) won Julien Maire (FR) in 2008 de juryprijs van de Stichting Liedts-Meesen Multimedia Award. Voor Maire is het alsof de camera die bij de moord op Massoed tot ontploffing werd gebracht, is blijven draaien en een oorlogsfilm gemaakt heeft gedurende de volgende zes jaar. Deze visie, zowel als de dood van de mythische figuur van Massoed, heeft de kunstenaar ertoe gebracht de installatie Exploding Camera te ontwerpen, als het ware een vernield medium dat in staat is live een experimentele historische film te maken waarin de gebeurtenissen van de oorlog na 2001 een nieuwe interpretatie krijgen.

De publieksprijs ging toen naar verschillende ontwerpen van Nick Ervinck. Op aanvraag van de Stichting Liedts-Meesen heeft Nick Ervinck in 2009 de organische structuur Warsubec geïnstalleerd in de Zebrastraat.

• WARSUBEC (2009) van Nick Ervinck (BE) is de naam van twee in hoogglans identieke maar gespiegelde raamwerkconstructies op de daken van de Zebrastraat. Karakteristiek is dat Ervinck nooit een tastbaar schaalmodel van Warsubec maakte, maar het werk volledig op computer heeft ontworpen. Warsubec is op elke mogelijke manier een hybride : structuur en sculptuur, blob en doos, functie en vorm, fictie en realiteit.

• LIFESTRUCTURISME(3) (2008) van Tatsuo Miyajima (JAP) is een rasterconstructie van LED-units verwijzend naar zowel spirituele als mathematische denkbeelden. Drie elementen zijn bepalend : de constante verandering, de verbinding met alles en het eeuwig voortduren van de dingen. De digitale cijfers blijven elk met een constante snelheid veranderen tussen 9 en 0.

Sinds enkele jaren koopt de Stichting Liedts-Meesen ook digitale kunst aan onder vorm van CD-ROM en DVD. Wij vermelden hierbij STRIA van Golan Levin, POEROS van Plumage, PAINTSHAPE, PAINTSCAPE van Stephan Balleux, ORQUIDEAS van Ben Dierick, E-VOLVER van Driessens & Verstappen en REM 13 van Liu. Tenslotte geven wij, in het kader van de jonge kunstenaars die een maand lang in de lounge van de Zebrastraat hun werk aan een ruim publiek mogen presenteren, de voorkeur aan projecten waar technologie aan bod komt. Het betrof in 2009 : INTERNET MOZAIEK van Wim Vanhenden en CINEMA SONORE van Stefan Martens.

In alle nederigheid vindt de Stichting Liedts-Meesen dat zij in de gekozen richting een eerste stap heeft gezet. De naambekendheid penetreerde wellicht gemakkelijker in gespecialiseerde en internationale middens. De Stichting Liedts-Meesen is van oordeel dat zij hiermee op overtuigende wijze dient verder te gaan. Wij kunnen nu al de biënnale van 2012 aankondigen. Belangrijk is dat opnieuw parallel aan deze biënnale een Award wordt uitgereikt voor alle vormen van artistieke expressie.

Wij moeten nog meer dan vroeger focussen op kandidaten die de nadruk leggen op kenmerken van Technologische Kunst, interactiviteit, diversiteit van middelen en dragers, combinaties van technologieën en kunstvormen. Om dit tweejaarlijks evenement kracht bij te zetten schijnt het ook gewenst op de plaats en in de periode van de volgende biënnale een reeks neven- activiteiten te ontwikkelen binnen een forum van lezingen, colloquia en éénmalige presentaties. Wij willen hierbij andere sites van de Stad Gent betrekken.

Dagdagelijks wil de Zebrastraat onder het initiatief van de Stichting Liedts-Meesen deze kerngedachte van Technologische Kunst niet verwaarlozen en als een rode draad binnen de evenementen in de Zebrastraat onderhouden. Een speciale inspanning zal worden geleverd opdat jonge kunstenaars binnen deze sfeer van vernieuwende en vlug evoluerende kunst, telkens de kwaliteit en de middelen het toelaten, verder de kans te geven gedurende één maand hun werk tentoon te stellen in de ontmoetingsruimte van de Zebrastraat.

STICHTING LIEDTS-MEESEN